Ga naar hoofdinhoud
Bespreek op forum

Tuckman’s Team Model

Je dient eerst Situationeel leiding geven af te ronden vooraleer je met deze les kunt beginnen.

Het model van Tuckman is het tweede theoretische model in deze cursus. De door Tuckman beschreven fases hebben als doel om trainer-coaches enig houvast te geven in het periodiseren van teamontwikkeling. De vier beschreven fasen zijn opvolgend. Om tot prestaties te komen, zul je alle fases met een team moeten doorlopen. Het is dus niet mogelijk om een fase over te slaan. Bekijk ter inleiding eerst de korte uitleg van Van Zwam over dit model van Tuckman.

Fases
Daarnaast is het nu al goed om te weten dat je met je team ook in een fase terug kunt vallen. Denk hierbij aan het feit dat bepaalde spelers in de winterstop vertrekken of er juist spelers worden aangetrokken. Of dat je spelers door blessures langere tijd zult moeten missen en de hiërarchie deels opnieuw vastgesteld wordt, bijvoorbeeld doordat andere jongens meer speeltijd gaan krijgen. Elke fase kent volgens Van Zwam dus zijn eigen dynamiek, met eigen kenmerken. In dit korte instructiefilmpje wordt dat duidelijk, bekijk het nu:

Kort-cyclisch
Het model van Tuckman wordt bijvoorbeeld ook in het bedrijfsleven gebruikt. Een verschil met de voetbalsport komt tot uiting in het kort-cyclische aspect van teamontwikkeling. Van Zwam noemde dat ‘kort-cyclische aspect’ al in de inleiding als een kenmerk van hedendaagse voetbalteams. Kijk maar eens naar veel teams in de eredivisie, die bestaan vrijwel jaarlijks uit een nieuwe groep spelers waardoor je als trainer-coach opnieuw al die fases doorloopt.

Verschuiving
Maar ook in het amateurvoetbal is het constant doorlopen van die fases een gegeven. Denk aan het overhevelen van jeugdspelers die invloed hebben, of spelers die van buitenaf zijn (terug)gekomen en ervaring en een persoonlijkheid meebrengen. Maar ook het feit dat je, zoals eerder reeds gezegd, een belangrijke speler vanwege een blessure voor langere tijd kwijt bent kan al zorgen voor een verschuiving in de fases.

Bekijk nu het volgende fragment waarin Van Zwam het model van Tuckman nader uitlegt en vooral dieper ingaat op dat typerende ‘kort-cyclische aspect’. Later in de E-learning komen we hier op terug.

Na het bekijken van deze fragmenten, hier in tekst nog even het model van Tuckman samengevat. Bestudeer deze samenvatting en beantwoord vervolgens de vragen.

1 . Forming ( het vormen/ ontstaan van de groep)

Spelers nemen een afwachtende houding aan. Er is nog geen groepsgevoel en de individuele posities en rollen zijn nog niet ingenomen”.  Er is nog geen noodzaak tot strijd, de sfeer is opgewekt.

2. Storming (de conflict-fase)

In deze fase proberen spelers hun positie in de groep in te nemen. Er ontstaat een ‘strijd om de macht. Sommige spelers hebben een basisplek, andere spelers komen nog niet in aanmerking voor een basisplek en dit brengt spanning en ontevredenheid met zich mee.

3. Norming (de norm of standaarden-fase)

De regels en methodes van samenwerking worden bepaald. De gemeenschappelijke teamdoelen vastgelegd en gedeeld. De belangrijke en minder belangrijke rollen zijn gedefinieerd. Er kan een start worden gemaakt met samenwerking

4. Performing (prestatie fase)

De groep wordt een team. Teamleden vullen elkaar aan. Er wordt harmonieus gewerkt naar het gemeenschappelijke teamdoel.

5. Adjourning (uit elkaar gaan/ de afscheidsfase)

Het doel is behaald en het team valt uiteen.

Koppelen
Binnen het werken met teams kun je volgens Van Zwam zowel gebruik maken van de vier leiderschapsstijlen van Hersey en Blanchard, als van het model van Tuckman. Beide modellen zijn zelfs min of meer aan elkaar te koppelen. Hier een voorbeeld:

In een beginnend team (‘forming’) is veelal een leidende stijl met veel sturing (S1) effectief. Naarmate het team volwassener wordt (‘storming’) kan er meer bij het team gelegd worden. Hier past veel sturend en steeds meer begeleidend, ondersteunend gedrag bij (S2). Een team dat de volwassenheid nadert (‘norming’) vraagt minder sturing en heeft voornamelijk gerichte ondersteuning (S3) nodig. In de meest taakvolwassen teams (‘performing’) kan de trainer-coach zich beperken tot delegeren en faciliteren (S4). Het team is in staat om zelfstandig te functioneren.

Vragen/opmerkingen

Heb je naar aanleiding van dit hoofdstuk nog vragen voor Paul van Zwam? Stel ze in het forum.

Heb je specifiek voor dit hoofdstuk zelf een tip/suggestie/aanvulling waar de makers van deze E-learning hun voordeel mee kunnen doen, deel die in het forum.





Terug naar:Teamontwikkeling > Theoretisch kader