Ga naar hoofdinhoud
Bespreek op het forum

Ouders aanspreken

Voorbeeld

Daar sta je dan. Op het voetbalveld. Met schreeuwende kinderen om je heen en trotse ouders langs de kant. Aan jou de taak om het een beetje ingoede banen te leiden.

Ik besprak bijvoorbeeld met een ouder dat ik geen  geschreeuw wilde langs de kant. Tijdens  de wedstrijd ben je puur supporter.  Punt. Wanneer je actief in de relatie  met ouders investeert, kun je ook meer  eisen stellen aan die relatie. 

Wie werkt met een groep jeugdspelers,  heeft te maken met drie systemen: de  groep spelers, de groep ouders en de  totale groep van spelers én ouders. Als  jeugdtrainer denk je na over de manier waarop je je wilt verhouden tot al die  systemen. Als trainer ben je namelijk  nooit jezelf. Je neemt altijd een bepaalde  rol aan waarin je de spelers het best  kunt begeleiden. Je positie is duidelijk:  jij bent de trainer. Maar binnen de positie  neem je een bepaalde rol aan. Daar  kun je over nadenken en met elkaar  over praten, zoals je dat ook over het  voetballen zelf doet.’


Ouders aanspreken


Het is lastig om ouders aan te spreken. We leven in een tijd waarin mensen zich niet makkelijk laten aanspreken op hun gedrag en hierop vaak gepikeerd reageren. Het is dus de kunst dit zo te doen dat die vader of moeder niet geïrriteerd reageert, maar gaat nadenken over je boodschap, tot inzicht komt én zich gaat voornemen het anders te doen.

Kies een moment waarop de ander rustig is, dus niet tijdens de wedstrijd. En bij voorkeur zonder omstanders erbij, om het gevoel van ‘gezichtsverlies’ te minimaliseren. Vervolgens is het zaak om een rustige toon aan te slaan, zonder irritatie of verwijt. Dit vergroot je kansen. Kies vervolgens je woorden zorgvuldig en benoem het gedrag van de ander. Dit is lastig omdat we snel geneigd zijn te interpreteren of nog erger, te veroordelen. Je bent wellicht geneigd te zeggen: ‘je moet eens normaal doen’. Handiger is het om je zin te beginnen met het concrete gedrag zonder oordeel: ‘Ik zag je … doen’ of ‘Ik hoorde je … zeggen’. Vervolgens kun je hiervan het effect aangeven. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb er last van’. Dan houd je het bij jezelf, wat vaak krachtig werkt.

Het aanspreken wordt makkelijker als er duidelijke gedragsregels bij de club bekend zijn. Zijn die er niet, zorg er dan voor dat ze er komen door hierom te vragen bij de trainer of een bestuurder. Je kunt je dan op die regels beroepen door te zeggen: ‘Ik hoorde je zojuist de scheidsrechter uitschelden. Bij deze club hebben we afgesproken dat niet te doen.’ Als afsluiting kun je een verzoek meegeven: ‘Zou je wat op je woorden willen letten?’ Geen garantie dat de ander zich gaat gedragen, maar wel een goede aanzet ertoe.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is ouders2.jpg

Ouders langs de kant

Je bent trainer-coach van de spelers. De ouders krijg je erbij en dat vraagt (in sommige gevallen) om het zoeken naar balans. Aan de ene kant moet je ze betrokken houden bij het team. Je hebt ze nodig bij het vervoer naar uitwedstrijden, om de shirtjes te wassen, te helpen bij het omkleden en om het team aan te moedigen.

Aan de andere kant mogen ze ook niet té betrokken zijn. Zo mogen ze zich niet met de wedstrijdbespreking bemoeien en nog belangrijker, geen aanwijzingen geven tijdens de wedstrijd. Maak dit aan het begin van het seizoen direct duidelijk. Dat is echt belangrijk. Als je dit namelijk niet doet, staat straks de helft van de ouders als een soort van reservecoach aanwijzingen te geven tijdens een wedstrijd. Dit kan tot grote verwarring bij de spelers leiden. Helemaal als de ouders ook nog eens tegengestelde instructies geven. Dan kan het zomaar gebeuren dat de ene ouder roept dat een speler de bal moet overspelen terwijl een andere ouder tegelijkertijd de aanwijzing geeft dat hij (de speler) een actie moet maken. Dat is echt geen doen voor de mannen. Neem ze dus in bescherming en zorg ervoor dat de ouders zich niet als een extra coach gaan gedragen.

Wat ook kan gebeuren, is dat een van spelers zich misdraagt of niet luistert en dat jij hem tot de orde moet roepen, terwijl zijn vader of moeder naast je staat. Dat voelt misschien een beetje raar. Toch moet je het doen. Ga niet staan wachten totdat de ouders ingrijpen.

Jij bent de coach en jij bepaalt de regels. Als een speler dus in het net van een doel gaat hangen terwijl jij wilt dat hij luistert, dan moet jij daar gewoon wat van zeggen. Ook al staat zijn vader ernaast, die geen probleem heeft met wat zijn zoon doet. Wees er wel op voorbereid dat niet alle ouders staan te juichen als je hun prins corrigeert. Dat weet ik uit ervaring.

Aan het einde van een training moesten de mannen hun hesje bij mij inleveren. Een speler vond het niet nodig om naar mij toe te komen. Hij gooide het hesje in mijn richting, maar ik stond te ver van hem vandaan, dus landde het ergens tussen ons in. Ik vroeg hem om het hesje aan mij te geven. Dat deed hij mokkend. Op een meter of vijf van ons vandaan stond zijn moeder. Ze was ‘not amused’, zacht uitgedrukt.

Terug naar:Pupillentrainer O.8/O.9 > Ouders