Ga naar hoofdinhoud

Omgang met ouders

Voorbeeld

Hoe kijken kinderen aan tegen ouders langs de lijn die aanwijzingen geven?

Bij ‘mijn’ amateurclub hebben we meer dan 250 kinderen geïnterviewd over dit onderwerp. Maar liefst 95 procent zei: ‘Ik heb het liefst dat ouders helemaal niets roepen.’ Dat koppelden we terug tijdens een avond waarop dit thema centraal stond. ‘Dit zeggen jullie kinderen. Doe daar wat mee!’

We hebben aan het begin van de competitie ook een keer appels uitgedeeld aan de ouders. Daarbij zeiden we: ‘Als jij straks de neiging hebt om iets te zeggen, neem dan een hap van je appel. Dat is gezond voor jou en beter voor het spel!’

Bij een andere club deelden we een rode kaart uit. Die konden ouders tijdens de wedstrijd aan elkaar tonen als iemand te veel aanwijzingen gaf. Ken je de foto van Lionel Messi en Luis Suárez die een jeugdwedstrijd bijwonen? Zelfs zij zitten lekker een potje voetbal te kijken, zonder te coachen. Hetzelfde geldt voor de profvoetballers waarmee ik heb gewerkt, als ze bij hun eigen kind kijken. Ze zeggen niets. Waarom niet? Ze weten dat leren en ontwikkelen niet op die manier werkt. Vertrouwen krijg je niet door correcties achteraf en zeker niet als de teleurstelling daarin doorklinkt!

Kinderen kunnen niet tegelijkertijd spelen, coaching in zich opnemen én die informatie vertalen naar de keuzes die ze in het veld maken. En als ze dit al proberen, dan doen ze het toch vaak niet op de manier waarop je dit als ouder of coach bedoelde. Als de wedstrijd eenmaal begint, ben je grotendeels overgeleverd aan hoe de bal die dag toevallig rolt. Met aanwijzingen vanaf de zijlijn verander je bijna niets. En áls het al zou helpen om de wedstrijd te winnen, dan nog is het vaak niet eens wenselijk.

Kinderen moeten zelf oplossingen verzinnen, daar leren ze het meest van. Je moet kinderen vertrouwen geven. Vertrouwen betekent dat je het aan hén overlaat. Dat je uitstraalt: jullie doen het zo goed als jullie kunnen. En soms nog iets beter. Soms moedig je een kind aan en als het écht nodig is, geef je een aanwijzing.

Sommige coaches verwachten weliswaar dat ouders niet coachen, maar willen ook niet tussen de ouder en het kind gaan staan.

‘Daar kan ik me, zwart-wit gezegd, niet in vinden. Ik vind dat een trainer daar wél tussenin kan gaan staan. Hij moet het niet op de spits drijven, waardoor er een loyaliteitsconflict ontstaat. Dan moet zo’n kind tenslotte altijd voor zijn ouders kiezen. Maar ik vind wel dat je een kind op zijn minst een alternatief kunt bieden als je het niet eens bent met de manier waarop zijn vader of moeder hem coacht. ‘Jouw ouders staan soms te schreeuwen langs de lijn, of ze zuchten als je een bal verkeerd inspeelt. Ik ben het daar niet mee eens en zie dat heel anders.’ Soms kan een trainer zulke dingen alleen, een andere keer heeft hij daar hulp bij nodig vanuit de club.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is screenshot_3033.jpg

Verder laat je ze lekker voetballen, zodat ze hun eigen keuzes maken. Hoe meer ze zelf nadenken, hoe beter ze op elkaar ingespeeld raken en hoe meer ervaringen ze opdoen, hoe sneller ze zich ontwikkelen. Dat wil niet zeggen dat ze iedere wedstrijd winnen, maar daar mag het ook helemaal niet over gaan. Om leren gaan met verlies is voor die ene wedstrijd en hun hele verdere leven van zeer groot belang.’  

Terug naar:Pupillentrainer O.8/O.9 > Ouders